Waterbeheer

Al eeuwen lang is waterbeheer in Nederland van essentieel belang. Sinds de Middeleeuwen wordt kunstmatig land gecreëerd. Bijna de helft van Nederland ligt onder de zeespiegel.
Met een ingenieus systeem van sloten, watergangen, boezemsystemen en gemalen wordt de waterhuishouding geregeld.
Op dit moment is door de verwachte klimatologische verandering (warmere en droge zomers, natte winters, hevigere en zwaardere neerslag en langere perioden van droogten), zeespiegelrijzing en bodemdaling een omslag gemaakt in het denken over waterbeheer
Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen, dient het water in de toekomst zoveel mogelijk in eerste instantie vastgehouden en geborgen te worden. Hiervoor dient bij de ontwikkeling van stedelijke en landelijke gebieden ruimte voor te worden gereserveerd. Het overschot aan water dat niet vastgehouden kan worden, wordt door middel van poldergemalen en boezemgemalen weggepompt naar rivieren en de zee.
Watersystemen zoals polders zullen moeten gaan voldoen aan de nieuwe normering zoals aangegeven in het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Om watertekort te voorkomen in perioden van langdurige droogte zal kwalitatief goed water geborgen worden in retentie bekkens. Ook voor deze problematiek is ruimte voor water nodig.

Afvalwaterbehandeling en riolering

Ook de afvalwaterbehandeling (waterketen) is van groot belang.
Nederland kent een combinatie van een gemengd en een gescheiden rioolsysteem. Het meest toegepast is het gemengde rioolstelsel. Hierbij wordt zowel het regenwater als het door mensen gebruikte en verontreinigde drinkwater in het zelfde stelsel opgevangen en afgevoerd. Een nadeel van dit stelsel is dat het soms bij veel regen de grote hoeveelheid water niet aan kan en overbelast raakt en overstortingen op het oppervlaktewater plaatsvinden. Om dit te voorkomen en de vervuiling naar het oppervlaktewater te beperken zijn er berg- en bezinkvoorzieningen waarin het overtollige water eerst een bezinkingsproces ondergaat voordat het overstort op het oppervlaktewater.

Een gescheiden rioolstelsel vervoert neerslag en afvalwater via verschillende buizen. In veel van deze systemen bestaat er wel een koppeling tussen de buis voor het afvalwater en de buis voor het regenwater, zodat indien nodig een deel van de neerslag in de buis voor het afvalwater terecht kan komen. Het afvalwater en het vuile deel van de neerslag wordt naar afvalwaterzuiveringsinstallatie getransporteerd.

Men streeft er naar om rioolstelsels in Nederland om te bouwen naar verbeterd gescheiden systemen en bij gemengde stelsels bij hevige neerslag de vuilemissie door overstortingen naar het oppervlaktewater met 50 procent te reduceren. Mogelijk zullen in de toekomst de stromen nog verder gescheiden worden om beter grondstoffen terug te winnen en energie op te wekken. Fosfaten en medicijn resten bevinden zich voornamelijk in de urine. Diverse proefnemingen zijn op decentraal niveau op het niveau van stadswijk gaande om de haalbaarheid van gescheiden kleinschalige inzameling en anaerobe zuivering van afvalwater te bepalen. Hierbij wordt naast terugwinning van grondstoffen ook biogas geproduceerd.

Om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water zullen de gemeenten in de komende jaren nog extra maatregelen aan de rioolstelsels moeten treffen.

Het riool komt uit bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, waar het afvalwater gezuiverd wordt. Een in Nederland veel voorkomende rioolwaterzuiveringsinstallatie heeft een capaciteit om het afvalwater van ongeveer 10.000 - 100.000 inwoners te zuiveren. Bedrijven die veel afvalwater produceren moeten hiervoor extra betalen. Hierdoor kan voor bedrijven goedkoper zijn om zelf een (voor)zuiveringsinstallatie te installeren.
De waterschappen in Nederland die verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer op decentraal niveau, hanteren normen in de zuivering van het afvalwater. Deze normen zijn 75 procent stikstofverwijdering, 75 procent fosfaatverwijdering en minimaal 95 procent verwijdering van zuurstofbindende stoffen.
Om te voldoen aan de Kaderrichtijn Water zullen de zuiveringsprestaties vooral op het gebied van micro verontreinigingen en zware metalen nog aanzienlijk moeten verbeteren. Daarnaast bestaat er nog een opgave om vervuiling van het oppervlaktewater door medicijnresten en gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen.

De optimalisatie van de waterketen (drinkwatervoorziening, riolering en afvalwaterzuivering) staat weer volop in de belangstelling. Enerzijds worden de systemen riolering en afvalwaterzuiveringen steeds beter op elkaar afgestemd. Anderzijds wordt onderzocht of de efficiëntie en de effectiviteit door samenwerking verder verbeterd kan worden. Door het bestuursakkoord waterketen in 2008 heeft deze samenwerking een extra impuls gekregen en wordt minder vrijblijvend. De verwachting was dat 10 – 20% binnen de termijn van 10 jaar bespaard zou kunnen worden. Daar de samenwerkingsprocessen in diverse regio’s toch te traag en te stroperig verliepen, heeft de minister in 2013 een commissie van deskundigen ingesteld onder de supervisie van Karla Peijs. Deze commissie heeft vooral de achterblijvende regio’s geactiveerd om nu serieus werk te maken van de samenwerking in de waterketen. De verwachting van de commissie bij het uitbrengen van hun bevindingen eind 2014 is, dat in 2020 een bedrag van 450 miljoen jaarlijks bespaard kan in de waterketen.


Ter dekking van de kosten van de extra maatregelen om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water maken de waterschappen gebruik van de verontreinigingsheffing c.q. zuiveringsheffing. Bij in werking treden van de integrale waterwet is voor de gemeenten het instrument van het verbreed rioolrecht beschikbaar gekomen.

Links

De volgende organisaties spelen een belangrijke rol in watermanagement:

· home · profiel · oprichter · vakgebied · contact ·